Verkeerstips bij ijzel

Auto rijden in de winter is echt geen pretje.
Wordt het echt bar dan is het zelfs nog best om de auto in de garage te laten staan.
Moet je toch de weg op, wees dan extra voorzichtig en pas je rijstijl aan de omstandigheden aan.

Speciale uitrusting

Spijkerbanden mogen slechts van 1 november tot 31 maart worden gebruikt.
Als je spijkerbanden plaatst, dan moet dat op alle wielen gebeuren. Tevens moet je een "60 km" snelheidsbord achteraan op je wagen bevestigen.
Met spijkerbanden mag je niet sneller rijden dan 90 km/u op de autosnelwegen en wegen met minstens 2 rijstroken in elke rijrichting, behoudens andere reglementering.
Op de andere wegen is je snelheid beperkt tot 60km/u, tenzij lagere snelheidsbeperkingen gelden (b.v. 50 km/u in bebouwde kom).

Sneeuwkettingen mogen slechts worden gebruikt bij sneeuw en ijzel.

Zogenaamde winterbanden kennen een stijgend succes dankzij hun uitstekende doeltreffendheid bij temperaturen lager dan ongeveer 7°. Winterbanden hebben een dieper profiel en veel meer inkervingen.
"Gewone" banden hebben de neiging om bij koud weer hard te worden waardoor ze minder grip op de weg hebben. Hierdoor wordt de remafstand verlengd en vermindert de bestuurbaarheid van het voertuig.
Met winterbanden daarentegen blijft de grip op een beijzeld, vochtig en besneeuwd wegdek behouden. In de sneeuw verkorten ze de remafstand bijvoorbeeld met de helft. Winterbanden zijn een volwaardige veiligheidsuitrusting.

Slechte rijomstandigheden

In de winter worden we als automobilist met regelmaat van de klok geconfronteerd met slechte rijomstandigheden.
Regen, sneeuw, winterse buien, mist en ijzel het hoort er allemaal bij.
Anticiperend en defensief rijden is "de vereiste" willen wij ook deze periode ongevalvrij doorkomen.
Een voldoende grote veiligheidsafstand houden is zeer belangrijk.
Ook een slipcursus (rijvaardigheidscursus) in een rijvaardigheidscentrum kan nuttig zijn.

5 tips om veiliger te rijden in de winter

  1. Soms is het een hele opgave om je kalmte te bewaren (echt winterse rijomstandigheden blijven immers uitzonderlijk). Gelijkmatig rijden en je snelheid aanpassen zullen je daarbij helpen.
  2. Op een glad wegdek is het beter om in tweede versnelling te starten. Zo voorkom je dat de wielen gaan slippen.  Vermijd trouwens om te stoppen op een helling.
  3. Rem nooit bruusk. De beste mannier om te remmen is pompend (het rempedaal lichtjes indrukken en daarna weer loslaten), en dit verschillende keren herhalen.
  4. Anticipeer op hindernissen en gevaren. Het is belangrijk om aandachtig de weg en de onmiddellijke omgeving in de gaten te houden, om b.v. tijdig een ijzelplek op te merken.
  5. Gaat je auto ondanks alles toch aan het slippen, geef dan nooit gas om te proberen in de goede richting te gaan. Bij onderstuur (slippende voorwielen) moet je het gaspedaal lossen en ontkoppelen om de wielen in de juiste richting te stellen. Bij overstuur (slippende achterwielen) moet je ontkoppelen en tegenstuur geven.
(bron VIA SECURA - Rij veilig slipgevaar !)
 

naar vorige pagina